Militaire Begraafplaats Roodeweg Otrabanda Curaçao

 

De Militaire Begraafplaats op de Roodeweg. Het allereerste begin is niet met zekerheid te achterhalen, maar het oudste graf op de begraafplaats is van marinier tweede klasse Albertus van Zutphen. Deze militair, geplaatst op het schip Zr. Ms. Johan Willem Friso, overleed door ziekte op 4 maart 1890 en werd als eerste begraven op de Roodeweg. Vele militairen volgden hem, de laatste was kwartiermeester Herman Burger, die op 30 april 1963 samen met kok eerste klasse Gerrit Willem ten Donkelaar overleed als gevolg van een duikongeval naast zijn schip Hr. Ms. Rotterdam aan de Rimasteiger op de marinebasis Parera. Er zijn in totaal 73 graven, maar daaronder zijn meerdere massagraven. In totaal liggen er 92 mensen begraven op dit kleine kerkhof van ca. 30 bij 60 meter. De begraafplaats is voor alle gezindten bedoeld geweest, want er liggen zowel katholieken als protestanten begraven. Alleen zijn de katholieken wel in een aparte sectie begraven. Er zijn militairen van de Landmacht, van de Marine, van het Korps Militaire Politietroepen en van het Korps Marechaussee begraven. Er liggen verschillende militairen van Antilliaanse afkomst tussen, zowel van Curaçao, Bonaire als Sint Maarten (de laatste was een voormalig Garnizoenscommandant). Verder zijn er opvarenden begraven van bezoekende marineschepen van bevriende naties, zoals Duitsland, Frankrijk en Italië. Ook liggen er Belgen, Duitsers en Fransen die dienst deden in het Nederlands leger. Heel prominent op de begraafplaats is het grafmonument voor drie omgekomen militairen tijdens een overval door de Venezolaanse terrorist Urbina. Hij wilde het gezag in Venezuela omverwerpen met een groep volgelingen, maar had daarvoor wapens nodig. Op 8 juni 1929 overviel hij het garnizoen in het Waterfort, waarbij drie Nederlandse militairen omkwamen. Hij gijzelde de Garnizoenscommandant en ontkwam met zijn wapens. Veel geluk bracht hem dat echter niet, de aanslag mislukte en hij sneuvelde kort daarop in een ander gevecht. De overval was de directe aanleiding tot de oprichting van Vrijwilligerskorpsen op alle grote Antilliaanse eilanden. Als eerste werd op Curaçao al op 23 juni 1929 (twee weken na de overval) het Vrijwilligerskorps Curaçao (VKC) opgericht met tweehonderd vrijwilligers. De meeste militairen zijn omgekomen door (besmettelijke) ziekten, een aantal anderen door ongevallen. Al genoemd is het duikongeval op Hr. Ms. Rotterdam in 1963, maar eerder dat jaar kwamen bij een vliegtuigongeluk (dit moet een auto-ongeluk zijn geweest!) twee man om van de Marine Luchtvaart Dienst. Drie man stierven in de loop der tijd door verdrinking en werden levenloos uit het Schottegat gehaald. Eén militair pleegde zelfmoord aan boord van zijn schip in de haven van Willemstad. De omgekomen militairen van de Landmacht waren afkomstig van het Garnizoen. Dit Garnizoen vond haar oorsprong uit de tijd van de West-Indische Compagnie (WIC), werd bekostigd en bevoorraad door Nederland en was bedoeld voor de verdediging van de eilanden. Een deel van de troepen was gelegerd op Sint Eustatius, het merendeel op Curaçao. De omvang van het Garnizoen varieerde nogal met de verwachte dreiging, maar was gemiddeld 250 man sterk. Veel soldaten hadden al eerder ervaring opgedaan in Nederlands-Indië, hetgeen blijkt uit de aanwezige militaire stamboeken. Het archiefonderzoek naar de achtergrond van de graven is nog steeds gaande. Uiteindelijk is het doel om van alle begraven militairen de noodzakelijke data te achterhalen die benodigd is om het archief van de begraafplaats zo kompleet mogelijk te maken. Daarmee kunnen de gegevens op de grafstenen zo nauwkeurig mogelijk worden bijgewerkt.

Bron: J.M.J. Rozenburg